Hoe leer ik een taal?

Stephen Krashen's theorie en wat het betekent voor het taalonderwijs

Acht jaar lang heb ik vier uur per week Franse les gehad. Het resultaat: een afkeer van het leren van talen, angst om de taal te spreken en - laten we eerlijk zijn - een slecht niveau van het Frans. Ik ben er vrij zeker van dat ik niet de enige ben. Maar wat als die vier uur per week anders gevuld zouden worden? Met onze favoriete films, series en muziek in het Frans of met gesprekken met Franstaligen, bijvoorbeeld?

De Franse grammatica lessen staan in mijn geheugen gegrift. De manier waarop, niet de grammaticaregels, voor alle duidelijkheid! Een lijst van regels, uitzonderingen op die regels, en uitzonderingen op die uitzonderingen werd op het bord geschreven en ijverig door ons overgeschreven. Die moesten we dan thuis bestuderen en de volgende dag reproduceren. Ik herinner me er echt niets van. Ik kreeg alleen een dégoût (Kijk, een Frans woord...) voor het leren van talen. Het is pas de laatste jaren dat die afkeer is weggeëbd, vooral door voortschrijdend inzicht in hoe het wel moet.

Grammatica als basis?

Wat ik toen niet wist, was dat mijn taalleraren (of de schrijvers van leerboeken) zich baseerden op de universele grammaticatheorie van Noam Chomsky: "het menselijk brein heeft het aangeboren vermogen om grammatica te leren". Nu, dankzij uitgebreid onderzoek, weten we dat niets minder waar is. Er is geen enkel bewijs voor deze theorie. Integendeel.

De "theorie van de tweede taalverwerving" van de Amerikaanse taalkundeprofessor Stephen Krashen gaat tot de kern van de zaak en is algemeen aanvaard. Vreemd genoeg is die theorie blijkbaar nog niet al te diep doorgedrongen in de catacomben van ons taalonderwijs. Werkboeken, smartboards (en hier en daar krijtborden) staan in veel klaslokalen nog vol met grammaticaregels en er wordt veel te weinig besteed aan zaken die er wel voor zorgen dat je een taal leert.

Wat kunnen we leren van Stephen Krashen's theorie?

De theorie van Krashen bestaat uit vijf hypothesen, die elk door uitgebreid onderzoek worden ondersteund. Onderzoek dat niet alleen door Krashen is (en nog steeds wordt) gedaan, maar ook door vele andere taalkundigen, polyglotten en taalexperts wereldwijd.

1. De verwerving-leerhypothese

Mensen kunnen op twee manieren vloeiend worden in een taal: door taalverwerving of door studeren. Taalverwerving is volgens Krashen een "onbewust proces dat in alle belangrijke opzichten identiek is aan het proces dat kinderen gebruiken bij het verwerven van hun eerste taal. Het studeren van een taal is 'een bewust proces dat resulteert in kennis van de regels van een taal'.

Krashen toont aan dat wanneer we bewust taal leren, zoals het oefenen van grammaticaregels, we de taal niet opnemen in ons onderbewustzijn. Dit maakt het uiterst moeilijk om te onthouden wat we hebben geleerd. Het is veel beter, zo suggereert hij, om taal onbewust te leren. Hoe dit in zijn werk gaat, kunt u lezen in hypothese 2.

Als je bewust probeert kennis in je hersenen te proppen, blijft het meestal niet hangen. Concentreer je daarom meer op het doorbrengen van tijd met de taal en richt je pas later op de grammaticaregels, wanneer je die gemakkelijker in je opneemt. Eerst onderdompelen in de taal, dan de regels!

Conclusie 1: Blijf weg van die grammaticaregels

2. De input-hypothese

Om iets zinnigs te kunnen zeggen of schrijven, moet je jezelf eerst blootstellen aan voldoende begrijpelijke input door te lezen en te luisteren. Begrijpelijke input is een door Krashen geïntroduceerd concept en is volgens hem het meest effectief. Dat betekent dat de inhoud net iets verder gaat dan je vaardigheidsniveau. Met andere woorden, niet zo gemakkelijk dat je je gaat vervelen, maar ook niet zo moeilijk dat je gefrustreerd raakt. Het vinden van die balans gaat vaak vanzelf in een gesprek, mits geen van beiden opgeeft, maar volhoudt. Beide gesprekspartners moeten proberen de ander te begrijpen en zelf ook begrijpelijke taal proberen te gebruiken. Dat is een vaak moeilijke evenwichtsoefening die soms frustrerend kan zijn, maar het is doorzettingsvermogen dat wint.

Begrijpelijke input moet ook aansluiten bij je interesses. Hou je van Harry Potter? Lees dan een boek van deze brildragende tovenaar in de taal die je wilt leren. Vind je modelvliegtuigjes heel interessant? Praat er dan over met iemand die er ook gek van is. En zorg ervoor dat je aan veel van deze begrijpelijke input wordt blootgesteld. Elke dag, net zoals wij als kinderen ondergedompeld worden in onze moedertaal.

Een taal leren is vooral in het begin moeilijk. We willen meteen beginnen te praten, maar we kunnen het niet. Dan raken we gefrustreerd en geven we het op. Onthoud dat u uiteindelijk zult kunnen spreken als u eerst voldoende input hebt gekregen. Tijdens gesprekken zal het daarom in het begin vooral de moedertaalspreker zijn die het woord zal voeren. Dit is een zeer belangrijke fase die na verloop van tijd zal leiden tot meer evenwichtige gesprekken.

Conclusie 2: lezen en luisteren

3. De monitor-hypothese

Volwassenen zijn erg analytisch. Deze eigenschap is nuttig in vele aspecten van het leven, maar het vertraagt ons bij het leren van talen. Wanneer we talen leren, is het vaak onze natuurlijke reflex om fouten te corrigeren. Dit is nutteloos omdat het de natuurlijke taal (die zelden perfect is) in de weg staat. Daarom zou het corrigeren van fouten een ondergeschikte rol moeten spelen bij taalverwerving. Begrijpelijke input en vertrouwd raken met de taal zijn veel belangrijker dan elke constructie af te kraken.

Voor velen is het moeilijk om taal niet te analyseren, vooral voor taaldocenten. Dit vergt enige training, maar het loont wel de moeite. Zeker, je zult meer fouten maken, maar dat is precies wat je moet doen. Dat is hoe mensen leren. Zolang de persoon met wie je spreekt begrijpt wat je zegt, zal het hem niet veel uitmaken als je een werkwoord verkeerd vervoegt. De volgende hypothese toont aan dat dat begrip zal volgen en dat je de taal steeds beter zal beheersen.

Conclusie 3: Fouten maken mag/moet

4. De Natuurlijke Orde Hypothese

Deze hypothese schetst de manier waarop grammatica wordt verworven. Krashen toont aan dat er een natuurlijke volgorde van taalverwerving is en dat we bepaalde grammaticaregels vóór andere stellen. Zo leren Nederlandstalige kinderen eerst dat er een voltooid deelwoord is, zoals 'gewerkt', en pas daarna dat het 'gelachen' is en niet 'gelacht'. Ze leren dit omdat oudere kinderen en volwassenen in hun omgeving de juiste vervoeging gebruiken, niet omdat iemand hen omstandig uitlegt dat 'lachen' in het voltooid deelwoord een sterke vervoeging heeft en dus niet volgens de algemene regels verloopt. Een vijfjarige die zegt: 'Mijn tekening is goeder dan die van jou' laat zien dat hij de basisregels al heel goed begrijpt. Het is immers normaal dat bij een vergelijkend bijvoeglijk naamwoord na het trefwoord 'er' wordt geplakt en in de overtreffende trap 'st'. Zo is het 'hard-harder-hardst' en 'sterk-sterker-sterkst'. Het wordt dus ook 'goed-goeder-goedst', heeft het kind onbewust geleerd. Door de woorden zelf correct te gebruiken en te antwoorden: Waarom vind je jouw tekening beter?' help je het kind deze woordenschat te verwerven.

Soms voelt het alsof je veel vooruitgang boekt, soms voelt het alsof je maandenlang op hetzelfde punt bent blijven steken. De natuurlijke opeenvolging hypothese herinnert ons eraan dat, hoewel we onszelf kunnen helpen met de juiste houding en toewijding, het soms een tijdje duurt voordat onze hersenen bepaalde delen van de doeltaal verwerken.

Conclusie 4: Doe stap voor stap

5. De affectieve filterhypothese

Je leert beter als je je ontspannen en op je gemak voelt. Voor het leren van talen is het niet anders. Wanneer studenten angstig zijn, filtert die emotie de begrijpelijke input en maakt het moeilijker om te leren. We hebben allemaal wel eens onderuitgezakt in onze stoel gezeten om niet de aandacht van de leraar Frans te trekken. Anders zouden we een tekst moeten voorlezen of in het Frans antwoord moeten geven op een of andere vraag. Leren gaat veel vlotter in een veilige omgeving, in één-op-één gesprekken, met iemand die tijd voor je wil maken.

Creëer een ontspannen en aangename sfeer en geniet van de gesprekken.

Conclusie 5: Relax!

Parlangi is een antwoord

Parlangi is gebouwd op deze vijf pijlers. De fundamenten van Parlangi bestaan uit zinvolle sociale contacten: aangename gesprekken met mensen over de grenzen van generatie, taal, cultuur en nationaliteit heen. Waarom? Omdat sociaal contact noodzakelijk is om te leren en omdat het de belangrijkste factor is voor een gezond leven.

Via de Parlangi app vindt u gesprekspartners die op zoek zijn naar wat u aanbiedt en vice versa. Fouten maken is toegestaan. Ze worden niet bestraft. Er is geen klassikale les, maar je hebt leuke en interessante gesprekken.

Spreekt u vloeiend Nederlands, wilt u graag Frans leren en houdt u van koken? Dan kunt u een gesprekspartner vinden die bij u past: iemand die uw taal wil leren en die zo mogelijk Frans spreekt en ook geïnteresseerd is in koken. De kans is groot dat er zinvolle gesprekken uit voortkomen en dat u ook van elkaar leert. En dat is waar Parlangi voor staat: verbinden en leren!

bronnen:

  • Het toepassen van de Comprehension Hypothesis: Some Suggestions Stephen Krashen Presented at 13th International Symposium and Book Fair on Language Teaching (English Teachers Association of the Republic of China), Taipei, Taiwan, November, 13, 2004.
  • Georgetown University Round Table on Languages and Linguistics 1991, Linguïstiek en taalpedagogiek: The state of the art, James E. Alatis, Georgetown University Press, Washington, D.C., 1991
  • Georgetown University Round Table on Languages and Linguistics 1994, Linguïstiek en taalpedagogiek: The state of the art, James E. Alatis, Georgetown University Press, Washington, D.C., 1994
  • Het ontwikkelen van Academische Taal: Some Hypotheses by Stephen Krashen, gepresenteerd op de KAPEE Conferentie (Korea Association of Primary English Development) , Busan Korea, januari, 2012
  • The Comprehension Hypothesis Extended Stephen Krashen In T. Piske and M. Young-Scholten (Eds.) Input Matters in SLA. Bristol: Multilingual Matters. pp. 81-94.
  • Woordenschat en spelling verwerven we door te lezen: Aanvullend bewijs voor de input-hypothese, Stephen Krashen, 1989
  • Lerarenjournaal Engels, 1997, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Sport, Jeruzalem (Israël). Inspectie Engels. 1997.
  • Het handboek van psycholinguïstische en cognitieve processen, perspectieven in Communicatiestoornissen, Jackie Guendouzi, Filip Loncke, Mandy J. Williams, 2011